Het Nationaal AI Deltaplan werd eind november 2025 gepresenteerd in opdracht van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken. De centrale boodschap is alarmerend: Nederland dreigt grip te verliezen op AI, terwijl deze technologie straks de economie, veiligheid en democratie bepaalt. De auteurs waarschuwen dat Nederland te sterk afhankelijk is van Amerikaanse en Chinese AI-bedrijven en dat zonder eigen infrastructuur het verdienvermogen wegvloeit naar het buitenland.
De vier pijlers
Het plan bevat 52 aanbevelingen, gestructureerd rond vier thema's:
1. Technologische fundamenten: Het opstellen van een rekenkrachtplan (brengt aan de vraagzijde in kaart hoeveel rekenkracht Nederland en Europa in verschillende scenario’s nodig zullen hebben), grote investeringen in datacenters en energievoorziening, versnelde vergunningverlening in AI-rekenzones (die snelle uitbreiding van rekenkracht mogelijk maken door knelpunten in energie‑ en netinfrastructuur weg te nemen).
2. AI-adoptie en geletterdheid: Nederland loopt sterk achter met AI-gebruik en adoptie, gedreven door een hoog gehalte aan scepsis en gebrek aan kennis. Het plan pleit voor massale bijscholing: alle docenten, politici en ambtenaren zouden moeten worden bijgeschoold in AI. Verder wordt er gepleit voor grootschalige verantwoorde adoptie bij de overheid en in het onderwijs en het exploreren van een partnerschap met een privépartij, zoals eerder andere landen al deden met bv. Open AI of Mistral.
3. Concurrerend AI-ecosysteem: Maatregelen om talent te behouden en aan te trekken, waaronder herziening van de expatregeling, een AI-hub in Amsterdam, versoepeling van het ontslagrecht voor hoogbetaalde functies, en hervorming van de overheidsinkoopstrategie zodat startups en scale-ups meer kansen krijgen. Er wordt ook een inspanning gevraagd om AI-bedrijven naar Nederland te halen en trajecten te ontwikkelen waarbij technisch talent zich kunnen doorontwikkelen binnen de overheid.
Het plan bevat verschillende aanbevelingen om het Nederlandse ondernemersklimaat voor AI-innovatie te versterken. Ten eerste moet de overheidsinkoopstrategie worden hervormd om innovatieve bedrijven betere toegang te geven tot de jaarlijkse €113,6 miljard aan overheidsopdrachten, die nu vooral naar grote bedrijven gaan. Naar Brits voorbeeld, waar een nieuwe inkoopstrategie leidde tot 40 keer meer kmo-inhuur en een aanzienlijke besparing in 2024.. Ten tweede pleit het plan voor speciale economische zones (zoals regelluwe zones) waar bedrijven kunnen experimenteren met innovaties in het fysieke domein, zoals zelfrijdende voertuigen, drones en robotica, met tijdelijke afwijkingen van bestaande regelgeving. Succesvolle innovaties uit deze zones moeten via een structurele feedbackloop worden vertaald naar nationale regelgeving. Ten derde wordt gepleit voor een heldere definitie van startups en scale-ups als basis voor innovatiebeleid, die rekening houdt met sectorale verschillen in kapitaalintensiteit en groeipatronen, zodat deep-tech bedrijven met lange ontwikkelfasen niet door arbitraire omzet- of arbeidsgrenzen uit regelingen vallen.
4. Democratische inbedding: Het plan bevat een pleidooi voor de oprichting van een Nationaal AI Impact Instituut dat effecten op werk, welzijn en democratie monitort. Verder wordt een permanente infrastructuur gevraagd van burgerberaden waarin representatieve groepen van 100-200 gelote burgers systematisch worden betrokken bij grote AI-keuzes rond publieke infrastructuur, datagebruik en maatschappelijke randvoorwaarden. Deze aanpak, geïnspireerd op internationale voorbeelden zoals Taiwan, moet in 2026 starten met een eerste burgerberaad over een specifiek AI-thema.Tot slot worden ook maatregelen voorzien tegen AI-gestuurde manipulatie en desinformatie.
Institutionele voorstellen
Centraal staan de aanstelling van een staatssecretaris voor AI bij Economische Zaken en de oprichting van een Rijksdienst voor AI Strategie, geïnspireerd op het Britse Sovereign AI Unit. De dienst zou verantwoordelijk worden voor het versterken van de Nederlandse positie in de wereldwijde AI‑stack: ecosysteemontwikkeling, talent, data, infrastructuur, veiligheid en internationale partnerschappen. Daarnaast wordt gepleit voor een Nederlands ELLIS-instituut als Europees flagship voor AI-onderzoek en een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) naar DARPA-model.
Het ELLIS-instituut moet samenwerken met bestaande Nederlandse structuren zoals ICAI- en ELSA-labs, valorisatie centraal stellen via spin-offs en bedrijfssamenwerking, en onderzoekers toegang geven tot voldoende rekenkracht om internationaal competitief te zijn.
Het NADI moet via hoog-risico R&D-programma's disruptieve doorbraken realiseren met teams uit wetenschap en bedrijfsleven. Het moet voldoende autonomie krijgen, ondernemend leiderschap, en werken met prestatiegerichte evaluaties zodat programma's snel kunnen opschalen of worden beëindigd.
Ontvangst en kritiek
Het plan is door sommigen positief ontvangen als ambitieus en urgent. Tegelijkertijd is er substantiële kritiek: Ten eerste wordt het plan gezien als een verlanglijst zonder heldere prioritering: het probeert alles tegelijk aan te pakken zonder duidelijke keuzes te maken over waar Nederland nu precies in wil uitblinken. Ten tweede is het plan overwegend economisch-technologisch van aard, waarbij fundamentele vragen over eigenaarschap, democratische controle, sociale ongelijkheid en publieke waarden onderbelicht blijvenTen derde weerspiegelt het plan een technologische tunnelvisie waarin spectaculaire technische oplossingen worden overgewaardeerd ten opzichte van sociale, politieke of institutionele oplossingen die minder "spannend" zijn. Ten vierde wordt het plan gezien als primair een verlanglijst van de tech-elite: belastingvoordelen, versoepeld ontslagrecht, snellere datacentervergunningen en meer risicokapitaal.