Nieuwe publicatie: AI-maturiteit in de werkcontext

Ontdek hier
Beleidsmonitor Taiwan Cover 1
24.03.2026

Taiwan – Basiswet Artificiële Intelligentie

Wat: Wet

Voor wie: AI-ontwikkelaars en beleidsmakers

URL: https://www.bakermckenzie.com/en/insight/publications/2026/01/taiwan-ai-basic-act

Op 23 december 2025 heeft de Legislative Yuan (het Taiwanese parlement) de AI Basic Act (Basiswet AI) aangenomen. De Basiswet AI werd op 14 januari 2026 officieel bekrachtigd. De Basiswet AI creëert een juridisch kader voor de ontwikkeling en inzet van AI-technologieën in Taiwan. In Artikel 1 stelt de Basiswet dat het doel is om een “slimme natie” te bouwen die mensgericht AI-onderzoek stimuleert en een veilige omgeving voor AI-toepassingen tot stand brengt. 

Voor toezicht en handhaving wijst de Basiswet AI de National Science and Technology Council aan als de centrale autoriteit die verantwoordelijk is voor de nationale uitvoering, terwijl lokale autoriteiten toezien op de uitvoering op lokaal niveau. 

 

De definitie van AI sluit aan bij de AI-Verordening

Wat het toepassingsgebied betreft, definieert de Basiswet AI AI-systemen als “systemen met autonome operationele capaciteiten die, via input of sensing en met behulp van machine learning en algoritmen, voorspellingen, inhoud, aanbevelingen of beslissingen kan generen – zowel expliciet als impliciet – die fysieke of virtuele omgevingen beïnvloeden”. Deze definitie sluit nauw aan bij de Europese AI-Verordening en internationale technische normen  wat wijst op de intentie van de Taiwanese overheid om aan te sluiten bij internationale juridische kaders

 

Government-first en principles first-benadering

In plaats van strenge verplichtingen op te leggen aan aanbieders en gebruikers van AI-systemen op de Taiwanese markt, voorziet de Basiswet AI vooral in principes en verplichtingen aan een reeks overheidsinstanties om beleidsmaatregelen te nemen binnen een gefaseerde aanpak. 

De principes die de Taiwanese overheidsinstanties dienen te waarborgen zijn de volgende: 

  1. Duurzaamheid en welzijn;
  2. Menselijke autonomie;
  3. Privacy en datagovernance;
  4. Cybersecurity en veiligheid;
  5. Transparantie en uitlegbaarheid;
  6. Gelijkheid en non-discriminatie;
  7. Verantwoordingsplicht.

 

Om deze principes te realiseren, vereist de Basiswet AI dat de overheid de volgende maatregelen aanneemt: 

  • Veiligheidsmaatregelen voor risicovolle AI-systemen invoeren: de overheid moet een governance-kader ontwikkelen om bepaalde risico’s te voorkomen. Deze risico’s omvatten aantasting van “leven, lichamelijke integriteit, vrijheid of eigendom”, verstoring van de openbare orde, nationale veiligheid, het ecosysteem, of het veroorzaken van vooroordelen, discriminatie, misleiding, desinformatie of fraude. De wet is daarmee enerzijds breder, maar ook specifieker dan de EU AI Act.
  • Oprichting van een National AI Strategy Special Committee, dat AI‑beleid op nationaal niveau coördineert, bevordert en superviseert.
  • Bevordering van AI‑onderwijs: de overheid moet onderwijs rond AI en AI‑ethiek stimuleren in scholen, industrieën, organisaties, de samenleving en binnen overheidsinstanties om digitale geletterdheid te versterken.
  • Toewijzing van budget voor AI‑onderzoek en ontwikkeling: de overheid moet, binnen haar budgettaire mogelijkheden, voldoende middelen vrijmaken om AI‑beleid te ondersteunen.
  • Voorrang voor innovatie boven andere wetten: de overheid belooft redelijk gebruik, ondersteuning en subsidies te bieden en relevante regelgeving te verbeteren wanneer nieuwe technologieën worden beoordeeld. Wanneer de interpretatie van deze wet botst met andere wetgeving, krijgt de interpretatie die innovatie bevordert voorrang. Ook kan de overheid regulatory sandboxes creëren.
  • Internationale samenwerking stimuleren op het gebied van AI.
  • Kader voor het delen van AI‑bruikbare data: de overheid zal mechanismen opzetten voor openstelling, delen en hergebruik van data om datatoegankelijkheid te verbeteren, inclusief een engagement om de kwaliteit en kwantiteit van trainingsdata te verbeteren.
  • Onnodige verzameling van persoonsgegevens vermijden: overheidsinstanties moeten zorgen dat gegevensbescherming by design en by default wordt toegepast.
  • Arbeidsrechten beschermen: In tegenstelling tot de EU AI-Verordening verplicht de Taiwanese Basiswet AI de overheid om AI in te zetten ter bescherming van arbeidsrechten, het verkleinen van vaardighedenkloof en het verzekeren van waardig werk. Dit omvat loopbaanbegeleiding voor werknemers die hun baan verliezen door AI.
  • Ontwikkeling van internationale normen: de overheid zal internationale standaarden (zoals ISO 42001) als referentie gebruiken om een risicoclassificatiekader te ontwikkelen. AI‑systemen die risico’s vormen, kunnen wettelijk worden verboden.
  • Aansprakelijkheid voor AI: de overheid zal aansprakelijkheid en voorwaarden voor verantwoordingsplicht van hoog-risico‑AI duidelijk definiëren en mechanismen voor verhaal instellen. AI‑onderzoek is vrijgesteld van aansprakelijkheid totdat het systeem real‑world tests ondergaat of wordt gebruikt voor producten of diensten.
  • Risicobeoordelingen vóór AI‑gebruik: vooraleer AI wordt ingezet in taken of publieke diensten, moet de overheid eerst risicoanalyses en mitigerende maatregelen uitvoeren.

 

Tijdlijn en gefaseerde toepassing

De Basiswet AI is in werking getreden op de datum van de presidentiële afkondiging, 14 januari 2026. Na de inwerkingtreding volgen de volgende stappen:

  • Het Ministry of Digital Affairs, de NSTC, het Ministry of Education en het Ministry of Health and Welfare publiceren een beoordeling inzake minderjarigen, mensenrechten en genderimpact.
  • De overheid moet binnen zes maanden haar risicobeoordeling afronden voor bestaande AI‑regels voor de overheid.
  • Binnen twaalf maanden stelt de overheid regels vast voor overheidstoepassingen van AI.
  • Binnen vierentwintig maanden moet de overheid relevante wetten herzien, opstellen of wijzigen om te voldoen aan de vereisten van de Basiswet AI. 

Auteur

Koen Vranckaert